Van lijden naar leven


De beweging van afdaling en ontdekking begint op het moment dat je teleurgesteld begint te raken in het leven.

 

 

In tegenstelling tot de mening van de meeste deskundigen is de knagende teleurstelling in het leven geen teken van een ‘geestesziekte’, noch een aanwijzing voor beperkte sociale aangepastheid, noch een karakterstoornis. Want achter de fundamentele ontevredenheid over leven en bestaan gaat het embryo van een groeiende intelligentie schuil, een speciale intelligentie die gewoonlijk verborgen ligt onder een enorm gewicht van maatschappelijke schijn. Iemand die het lijden in het leven gewaar begint te worden, begint tegelijkertijd te ontwaken voor diepere werkelijkheden, echte werkelijkheden. Want lijden vernietigt de zelfgenoegzaamheid van onze gebruikelijke verzinsels over de werkelijkheid , en dwingt ons op een speciale manier tot leven te komen, scherp te kijken, diep te voelen, onszelf en onze wereld te beroeren op manieren die we tot nu toe hebben gemeden. Er is gezegd, dat lijden de eerste genade is. In een speciale zin is lijden bijna een reden tot vreugde, want het duidt op het ontstaan van een creatief inzicht.Echter alleen in speciale zin. Sommige mensen klampen zich aan hun lijden vast, zoals een moeder aan haar kind dat ze draagt als een last die ze niet meer durft neer te zetten. Ze treden lijden niet met bewustzijn tegemoet, maar houden hun lijden stevig vast, zijn heimelijk aan de grond genageld door de kramp van hun martelaarschap. Lijden mag noch het bewustzijn worden onthouden, noch worden vermeden, veracht, verheerlijkt, vastgehouden of gedramatiseerd. Het optrede is niet zozeer goed als wel een goed teken, een aanwijzing dat men begint te realiseren dat leven dat buiten eenheidsbewustzijn wordt geleefd uiteindelijk pijnlijk, benauwend en treurig is. Het leven van begrenzingen is een leven van strijd – van angst, bezorgdheid, pijn en tenslotte de dood. Alleen door allerlei verdovende compensaties, afleidingen en bekoringen stemmen we ermee in onze denkbeeldige grenzen, de diepste oorzaak van de eindeloze cirkel van foltering, niet in twijfel te trekken. Vroeg of laat, als we niet volkomen ongevoelig zijn geworden, beginnen onze defensieve compensaties hun sussende en verhelende doel voorbij te schieten. Als gevolg daarvan beginnen we op een of andere manier te lijden, omdat ons bewustzijn zich tenslotte richt op het conflictueuze karakter van onze valse grenzen en het versnipperde leven dat daarop is gebaseerd. Lijden is dan ook de eerste fase van herkenning van valse grenzen. Op de juiste manier opgevat is lijden daarom bevrijdend, want het wijst voorbij grenzen in het algemeen. We lijden dus niet omdat we ziek zijn, maar omdat er intelligent inzicht aan het ontstaan is. Correct begrip van lijden is echter noodzakelijk om te voorkomen dat het ontstaan van inzicht vastloopt. We moeten lijden correct interpreteren teneinde ons erin te begeven, het te leven, en tenslotte voorbij lijden te leven. Als we lijden niet op de juiste wijze begrijpen, raken we er eenvoudig in gevangen – zwelgen we erin, niet wetend wat ons anders te doen staat. Wilber: No boundary